Eerste maand

Het is ondertussen al zes uur ’s avonds als we toekomen in het UZ Jette.  Ik moet me eerst gaan inschrijven aan de balie vooraleer we naar de materniteit kunnen op het tweede verdiep.

Het lijkt allemaal zo onwerkelijk, nog geen twaalf uur geleden ben ik bevallen van onze zoon, en ik zit al in een ander ziekenhuis, heb al twee uur in de file gezeten… Echt geen aanrader als je pas bevallen bent trouwens!  Ik weet het wel, de volgende keer laat ik me gewoon met de ambulance vervoeren.  Maar ik kreeg het niet over mijn hart, ik kon Marco toch moeilijk helemaal alleen naar het ziekenhuis laten komen.  Ik was niet de enige die het moeilijk had, Yoran is ook zijn zoon.

Nee, ik heb de juiste beslissing genomen wat dat betreft, maar dat maakt het er niet makkelijker op.

De verpleging van de materniteit is gelukkig op de hoogte gebracht.  Bonheiden had al vooruit gebeld om te melden dat we er aankwamen.

Onze zoon ligt ondertussen al op de neonatologie en wordt onderzocht door een team van specialisten.  Maar eerst moeten we ons toch een beetje installeren op de kamer. 

We zijn nog niet zo lang binnen, als mijn zusje er al verschijnt, en ook mijn ouders verschijnen niet veel later.

Ik wil de hele tijd naar mijn zoontje toe, maar langs de andere kant is er ook die angst…wat kunnen we verwachten.

Rond acht uur ’s avonds komt een verpleegster langs om te vragen of we even langs neonatologie willen gaan.  De artsen gaan zo vertrekken en willen ons nog even spreken.

Met een vreselijk schuldgevoel, omdat ik niet meteen bij mijn kindje stond en een heel zwaar hart, omdat we niet weten wat we mogen verwachten, gaan mijn man en ik naar de neonatologie.

De verpleging laat ons zien waar we onze spullen eventueel kunnen opbergen, waar we onze handen goed kunnen wassen en hoe we dat moeten doen…en neemt ons dan de afdeling binnen.

Overal hangen monitors en zie je piepkleine baby’s in de couveuses liggen, echt hoopgevend vind ik het niet.

We worden naar een aparte kamer gebracht, kamertjes die enkel gebruikt worden voor de ‘zwaardere’ gevallen, om de ouders een beetje rust te geven.  Dat klinkt al niet echt hoopgevend.

De verpleegster geeft ons nog even mee dat we niet moeten schrikken als de dokters erg negatief overkomen, het is eerder een kwestie van je op het ergste voor te bereiden.

 

Nou, de verpleegster heeft niet gelogen in ieder geval…want het gesprek dat volgt was allesbehalve positief.

We krijgen te horen dat er al meteen een aantal specialisten zijn bijgeroepen en dat de genetici twee syndromen in gedachten hebben, maar tot die zekerheid hebben, zeggen ze nog niets.

Wat betreft de ogen…ook hier was er het grote vermoeden dat er geen ogen aanwezig waren aangezien zijn oogjes nog steeds vastgegroeid zijn (net wat de kinderarts in Bonheiden ook al vermoedde), maar dat kon niet met zekerheid bevestigt worden tot de oftalmologe (zeg maar oogarts) was langsgeweest …en die zou pas de volgende dinsdag aanwezig zijn. 

Nog even geduld dus…

 

Verder hadden ze al een echo van de hersenen gemaakt en er waren precies twee cysten te zien, maar ook dat kon enkel bevestigd worden na verdere onderzoeken.

Ze hadden ook gezocht naar gehoorgang, maar konden die niet zien…er was dus het vermoeden dat hij naast de waarschijnlijke blindheid ook doof was…maar wederom moesten we verdere onderzoeken afwachten.

Ze hadden een klein gaatje in zijn hart gevonden, maar daar moesten we ons niet meteen zorgen over maken.

Zijn nieren bleken gelukkig wel goed te werken, evenals zijn longen.

Echter, toen ze een katheter langs zijn navel wilde steken, hadden ze opgemerkt dat hij geen venerische ader had…

Over de wervel kon nog niets gezegd worden tot…je raadt het al…nader onderzoek.

Het nieuws stapelde zich op en ik, noch mijn man konden geloven wat er ons overkwam.  En daar ligt je hummeltje dan…amper 45 cm groot en een kleine 2 kg…het enige wat je wilt doen is hem knuffelen en laten weten dat je goed voor hem zult zorgen…dat je hem graag ziet ongeacht wat ze vinden…maar het kan niet.

Het is hartverscheurend…maar we moeten door, we moeten sterk blijven voor hem, en het is een vechtertje, zoveel is duidelijk.

Helemaal overdonderd gaan mijn man en ik terug naar de kamer…we hebben immers nog altijd visite.  Mama staat ons al op te wachten aan de deur van neonatologie, klaar om ons op te vangen. 

Niemand weet echt hoe ze moeten reageren of wat ze moeten zeggen.  Woorden lijken zo futiel op dit moment.

Later, als de visite is vertrokken gaan Marco en ik terug naar onze zoon. We krijgen nog even uitleg van de verpleging, vooral wat de verzorging betreft en ik mag hem nog even in mijn armen houden.  Samen met twintig draden, die  meer lijken te wegen dan mijn zoontje.  Het is een heerlijk gevoel om hem vast te houden, maar ik kan hem niet koesteren zoals ik wil…en al gauw komen ook mijn naweeën op.  Dit zeldzame moment van genieten moet jammer genoeg onderbroken worden.

Met pijn in het hart verlaten we de afdeling weer en keren terug naar mijn kamer.  De pijn is bijna niet te harden, maar ik weiger medicatie te vragen…ik voel me hier niet thuis, ik voel me eerder ongewenst.  De verpleging is best vriendelijk, maar het is hier vreemd… ik ken het niet, en gewoontedier dat ik ben, mis ik echt wel de vertrouwde omgeving van Bonheiden.

Ik kan maar moeilijk de slaap vatten…en telkens ik in slaap val droom ik van mijn zoontje…die zijn ogen opendoet en me glimlachend aankijkt.  Ik schrik een paar keer wakker, hopend dat het allemaal maar een nare droom was, en dat Yoran wel oogjes heeft, maar mijn verstand zegt me dat ik wel beter weet.

Ik bereik een punt dat ik nog amper mijn ogen durf te sluiten, want elke keer ik dat doe, zie ik de oogjes van mijn zoontje.

Zaterdagmorgen, eindelijk…ik ben bijna de hele nacht wakker geweest van de zorgen.  Ik verlangde naar mijn zoontje maar durfde er niet naartoe te gaan… ik wil niemand tot last zijn.

Ik voel me ook zo schuldig.  Tenslotte ben ik degene die onze zoon negen maand… of in ons geval zeven maand heeft gedragen…ik kon hem niet eens voldragen.  Er is niemand die begrijpt hoe dat voelt.

De artsen en familie vertellen me allemaal dat mij geen schuld treft, ik had niets kunnen doen om dit te voorkomen…maar toch voelt het zo niet.

Dat het waarschijnlijk al in het prille begin van de zwangerschap is misgelopen biedt weinig tot geen troost.

En ik ben niet de enige die met schuldgevoelens worstelt, ook Marco voelt zich rot, vooral omdat hij deze zwangerschap niet zo betrokken is geweest.

Ik probeer hem te troosten en te zeggen dat het niet zijn fout is, maar tegelijk ben ik boos op hem, want hij is inderdaad niet betrokken geweest…  ik ben boos op iedereen, op elke vrouw die zwanger is en te laf is om te stoppen met roken… en toch een gezond kindje krijgt…

Het is gewoon oneerlijk, ik heb echt NIETS gedaan wat de baby kon schaden, dus waarom is het dan fout gegaan…WAAROM?  Het is niet eerlijk, we wilden alleen maar een tweede kindje…zo hoorde het niet te gaan.

Maar terwijl ik dit denk, voel ik me alweer schuldig tegenover ons zoontje, want hij is meer dan welkom.  En we nemen elke uitdaging aan die ze ons geven…maar toch blijft dat wrang gevoel.

 

Tegen negen uur heb ik eindelijk terug genoeg moed gevonden om mijn zoontje te bezoeken, de verpleging had ons ook medegedeeld dat de verzorging rond dit tijdstip zou plaatsvinden…en dat wil ik echt niet missen.

Als we op de neonatologie-afdeling aankomen is het weer een beetje onwennig.  Ik loop snel door naar het isolatiekamertje waar ze Yoran hebben gelegd, zonder al te veel aandacht te schenken aan de andere kindjes op de afdeling.

Er valt een hele last van mijn schouders als ik ons dropje zie liggen…gelukkig…hij is er nog.

De verpleegster die normaal voor Yoran zou instaan vandaag is op het laatste moment ziek geworden en er is vervanging opgeroepen, zo wordt ons verteld.

Als de verpleegster arriveert bij ons, worden we weer keihard met de neus op de feiten gedrukt…vanwege de vervanging had de verpleegster de briefing gemist, en dus ook de mededeling dat onze zoon geen ogen had.

Haar eerste commentaar bij het binnenkomen is voor ons dan ook snoeihard…’oh, hij heeft zijn oogjes nog toe, hij slaapt nog’.

Ik verbijt de tranen die achter mijn ogen prikken en doe net of ik het niet gehoord heb, Marco heeft het wat zwaarder.  Als hij de vrouw vertelt dat hij zonder ogen geboren is, wordt het even akelig stil.

De verpleegster laat ons zien hoe ze onze zoon verzorgt. Onze handen moeten door twee openingen gestoken worden in de couveuse,  om zo weinig mogelijk warmte verliezen in de couveuse.

Het is hard… want je wilt eigenlijk alleen maar al die draden van je kindje halen en hem lekker dicht tegen je aan houden. Jammer genoeg kan dat niet, maar we mogen hem wel uit de couveuse halen en lekker knuffelen, samen met de 20 kg draden.  Dit is weer genieten, net als gisteren en heel even vergeet ik mijn zorgen.

 

Tegen elf uur staan mijn borsten echt op knappen en moet ik terug naar de kamer om af te kolven.  Nog zo’n uitdaging dat kolven, want door alle stress wilde mijn melkproductie niet op gang komen.  Maar de aanhouder wint zeggen ze weleens en ik had gisterenavond de eerste druppel…genoeg om het op gang te brengen.

 

Als ik op de kamer kom heb ik al meteen telefoon, het is mijn moeder.  Even om te horen hoe het gaat en of ze misschien nog iets moet meebrengen naar het ziekenhuis…  het zijn op momenten als deze dat je beseft hoe hard je je familie nodig hebt.

Dat onze familie altijd voor ons klaarstaat was al duidelijk geworden een maand eerder, toen mijn zus de strijd van haar leven voerde…

Het is wel gek, want toen ik van Aïsha bevallen was, kreeg ik bijna meteen telefoon van vrienden, kennissen… maar nu? Het leek wel of iedereen bang was om te bellen…oh ze belden wel hoor, naar mijn moeder.  Iedereen wilde heel graag weten hoe het met ons was, en iedereen vond het ook vreselijk, maar niemand durfde ons te bellen…voornamelijk mij dan.

Waarom eigenlijk?  Ik was net moeder geworden van een zoontje, en ondanks de problemen was ik niet minder gelukkig.  Maar niemand leek te weten wat ze moesten zeggen of doen.  Ik voelde me eerlijk gezegd net een paria… die door iedereen wordt gemeden.

Het belooft wel een drukke dag te worden, want Marco zijn zusje komt speciaal uit Nederland voor morele steun.

Het is niet zomaar een bezoek, ook zij heeft het het laatste jaar niet makkelijk gehad, ze was getroffen begin dit jaar door het Guillain-Barre syndroom, en heeft ook bijna een jaar in het ziekenhuis en revalidatie centrum gespendeerd.  Het bezoek wordt dan ook ten zeerste geapprecieerd.

We verwachten hen rond de middag…